• 0.JPG
  • 1 Jaycee.JPG
  • 002.JPG
  • 2eend.JPG
  • 004.JPG
  • 4blos.JPG
  • 5 a.JPG
  • 6 a.JPG
  • 006.JPG
  • 8vissen.JPG
  • 0011.JPG
  • 0013.JPG
  • 977.JPG
  • B1.jpg
  • Blossom Gioya.jpg
  • G4.jpg

Gezondheid

Vanaf 1 april 2013 is het verplicht om iedere geboren of geïmporteerde hond te identificeren en registreren. Dit geldt zowel voor de fokker als de (pup)eigenaar. Het moet een officiële door de overheid aangewezen databank zijn voor de verplichte registratie.

Vanaf 1 juni 2014 is het verplicht om DNA af te laten nemen van de ouder honden en van de pups.

Titeren of inenten ???

Titeren en gericht enten is voor ons een vanzelfsprekendheid, omdat we de gezondheid van onze roedel erg belangrijk vinden

Wat is titeren?

Titeren is het afnemen van een druppeltje bloed om te bepalen of er nog voldoende antistoffen in het bloed aanwezig zijn. Nadat een kleine hoeveelheid bloed is afgenomen wordt met behulp van de Vaccicheck gemeten of er nog bescherming is tegen hondenziekte, parvo en leverziekte. Dit zijn de drie belangrijke (en is sommige gevallen dodelijk verlopende) virusziekten van honden, waar wij tegen vaccineren.

Als dat het geval is, dan is het niet nodig om je hond opnieuw in te laten enten. De gedachte daarachter is dat vaccinatie schadelijk zou (kunnen) zijn en er dus alleen gevaccineerd moet worden als blijkt uit bloedonderzoek dat er onvoldoende bescherming is.

Uit de titerbepaling kan ook komen dat het wel nodig is om je hond weer in te laten enten en dat is natuurlijk ook belangrijk omdat de ziekten die je hond kan krijgen bij onvoldoende bescherming vreselijk zijn en je hond eraan kan overlijden.

Als vastgesteld wordt dat er onvoldoende bescherming is tegen één of meer ziekten kunnen we ook gericht voor verschillende ziekten vaccineren. Daarbij is het soms wel noodzakelijk om toch combinatie’s te geven. Zo kan hepatitis uitsluitend als cocktail in combinatie met hondenziekte en parvo gegeven worden.

De titer van antistoffen in het bloed is de hoogste verdunning waarbij deze antistoffen nog aantoonbaar zijn. Vandaar ook de schrijfwijze: titer 1 : 100.

Het eerste moment waarop titeren zinvol kan zijn is al op een leeftijd vanaf 6 weken voor de eerste puppy-vaccinatie. Via de moedermelk krijgt een pup namelijk afweerstoffen van de moeder binnen. Deze afweerstoffen (de maternale immuniteit) blokkeert de ontwikkeling van eigen afweerstoffen na een vaccinatie. Het is dus heel zinvol om eerst te controleren of een pup nog bescherming van zijn moeder heeft. Als dat het geval is moet de puppy-vaccinatie uitgesteld worden. Na 2-3 weken kunnen we opnieuw titeren en daarmee gaan we door tot we meten dat de immuniteit van de moeder is verdwenen en de pup verantwoord gevaccineerd kan worden.

Vervolgens is het zinvol om 3 weken na deze vaccinatie te titeren om te controleren of er voldoende immuniteit is opgebouwd. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat een deel van de puppies niet goed reageert op de vaccinatie en geen afweerstoffen aanmaakt, voor hondenziekte is dit zelfs in 20% van de gevallen.

Of toch inenten????

Honden moeten gevaccineerd worden tegen; hondenziekte, Parvo, Leverziekte ( HCC), Parainfluenza ( kennelhoest) en Ziekte van Weil (Leptospirose).

Eerste vaccinatie op 6 weken leeftijd tegen hondenziekte en parvo.
Op 9 weken tegen parvo en ziekte van weil (leptospirose) L4-vaccinatie. 
Op 12- 13 weken tegen hondenziekte, Parvo, leverziekte, parainfluenza, ziekte van weil  L4-vaccinatie.
Op 12 maanden tegen hondenziekte, Parvo, leverziekte, parainfluenza, ziekte van weil  L4-vaccinatie.
Vanaf 12 maanden leeftijd kan er jaarlijks gevaccineerd worden tegen ziekte van weil  L4-vaccinatie en parainfluenza.
1x per 3 jaar vaccineren een cocktail tegen hondenziekte, Parvo, leverziekte. Dus op 1 jaar, 4 jaar, 7 jaar, enz.
1x per 3 jaar vaccineren tegen rabies bij reizen naar het buitenland, voor sommige landen gelden speciale regels.
Wanneer uw hond met veel andere honden omgaat b.v. op een hondenschool zit of shows loopt of in pension gaat dan kan een vaccinatie tegen kennelhoest (parainfluenza), jaarlijks door middel van b.v. een drupplevaccin in de neus verplicht zijn.

Voor alle specifieke vragen, vraag het uw dierenarts en laat alles in het dierenpaspoort bij schrijven dit kan een hoop problemen voorkomen.


Ontwormen.

Bijna elke pup is besmet bij zijn geboorte met spoelwormen. De bijverschijnselen zijn diarree, braken een doffe vacht en hoesten.

Regelmatig ontwormen in de puppytijd is daarom belangrijk en omdat de spoelwormeitjes besmettelijk zijn voor de mens. Ze in de ontlasting en ze besmetten bv de tuin, park of zandbak. Ook katten hebben last van deze wormen. Wij mensen kunnen er ook klachten van krijgen in de vorm van grieperigheid.

Wij ontwormen de eerste 8 weken van de pup om de twee a drie weken. Wij voeren onze pups met vers vlees en dan is de zuurtegraad in de maag van een hond of kat die vers vlees eet is velen malen zuurder (pH 1-2). Het De zuurtegraad zorgt voor de vertering van onder andere de botten. De maag zorgt bij rauw vlees voor een lage zuurtegraad waardoor er geen bacterie, virus of parasiet door de zure maaginhoud overleeft.
Overigens kun je honden en katten op rauw vlees en brokken het beste twee keer per jaar testen op wormen. Preventief ontwormen is zinloos.  Je kunt dit het beste  doen door middel van een wormenonderzoek
Het is en blijft niet goed om zoveel van die chemische spullen in een hond te stoppen.

 

Heup Dysplasie.

Wij hebben Blossom en Gioya laten onderzoeken op HD. Dit is verplicht en een belangrijk onderdeel om te gaan mogen fokken.
Blossom heeft HD A met een Norbergwaarde van 38 en een Botafwijking van 0 en een goede aansluiting.

Gioya heeft HD A met een norbergwaarde van 28 en een botafwijking van 0 en onvoldoende aansluiting en is ED links en rechts vrij.


Jaycee heeft HD A met een norbergwaarde van 37,5 en een botafwijking 0 en onvoldoende aansluiting en is ED links en rechts vrij.

Een uitleg hier van vindt u hieronder

De Norbergwaarde
Van beide heupkoppen (1) wordt het middelpunt bepaald en deze
middelpunten worden verbonden door een lijn. In beide
heupgewrichten wordt vanuit dit middelpunt een lijn langs de
voorste rand van de heupkom (2) getrokken. De hoek (3) die beide
lijnen in het middelpunt van de heupkop met elkaar maken, minus
90, geeft de Norbergwaarde van het betreffende heupgewricht.

Bij de beoordeling van HD-foto wordt gelet op de vorm van de heupkommen en de heupkoppen,
de diepte van de heupkommen, de aansluiting van de heupkoppen in de heupkommen, en de
aanwezigheid van botwoekeringen langs de randen van de heupgewrichten. Informatie over de
diepte van de heupkommen en de aansluiting van de koppen in de kommen wordt onder andere
verkregen uit de zogenaamde "Norbergwaarde". De Norbergwaarden van linker en rechter
heupgewricht worden bij elkaar opgeteld en geven samen de op het rapport vermelde "som
Norbergwaarden". Bij een normaal heupgewricht is de Norbergwaarde minstens 15, de som van
de Norbergwaarden van beide heupen derhalve minstens 30. De maximale score van de
Norbergwaarden is 40.Honden met een te lage Norbergwaarde hebben dus ondiepe heupkommen
en/of een slechte aansluiting van de gewrichtsdelen. Deze honden zullen dus een minder gunstige
HD-beoordeling krijgen. Een normale of zelfs hoge Norbergwaarde betekent echter niet zonder
meer dat de betreffende hond goede heupgewrichten heeft. Een combinatie van diepe
heupkommen en incongruentie van de gewrichtsspleet (een niet overal even brede
gewrichtsspleet) of onvoldoende aansluiting van de gewrichtsdelen kan, zelfs bij een hoge
Norbergwaarde, leiden tot een (licht)-HD-positief beoordeling.

HD foto Gioya Bloske Van't Dreske Kwinne.

HD-beoordeling
Rapport-Heupdysplasie-Onderzoek
Op het Rapport-Heupdysplasie-Onderzoek treft u de definitieve beoordeling aan, de F.C.I.-beoordeling, en een aantal gegevens die een verklaring geven voor de definitieve beoordeling.

De aanduiding HD A betekent dat de hond röntgenologisch vrij is van heupdysplasie, wat echter niet betekent dat de hond geen "drager" van de afwijking kan zijn.
HD B (= overgangsvorm) betekent dat op de röntgenfoto's geringe veranderingen zijn gevonden, die weliswaar toegeschreven moeten worden aan heupdysplasie, maar waaraan in het kader van de fokkerij geen directe betekenis kan worden toegekend.
De aanduiding HD C (= licht positief) of HD D (= positief) betekent dat bij de hond duidelijke veranderingen, passend in het ziektebeeld van HD zijn gevonden.
Wanneer de heupgewrichten ernstig misvormd zijn wordt dit aangegeven met HD E (= positief in optima forma).

 

Elleboogdysplasie
 

Wij hebben Gioya Bloske Van't Dreske Kwinne op ED laten testen. Dit is niet verplicht binnen onze vereniging maar gezondheid staat hoog in het vaandel dus vinden wij het belangrijk om te testen. Gioya is zowel links als recht vrij.

Elleboogdysplasie is een verzamelnaam voor een aantal voornamelijk erfelijke aandoeningen aan de ellebogen van de hond. Deze aandoeningen veroorzaken pijn en dus kreupelheid bij de hond. De aandoeningen treden al op in het eerste levensjaar (4-12 maanden).

Welke aandoeningen vallen onder elleboogdysplasie?

Incongruentie; Wanneer de ellepijp en het spaakbeen niet goed op elkaar aansluiten spreken we van incongruentie. De incongruentie wordt veroorzaakt doordat het ene bot te lang of te kort is t.o.v. het andere. Door middel van een operatie is dit redelijk goed te verhelpen, al zijn het geen lichte operaties. De incongruentie kan LPC, LPA en OCD veroorzaken.

LPC ; Los Processus Coronoideus" is een los stukje bot van de ellepijp in het ellebooggewricht.  Dit processus Coronoideus bevindt zich onder in het ellebooggewricht. Heeft een hond last van een LPC dan is het zaak dit losse stukje bot zo snel mogelijk te verwijderen >> Lees meer over LPC.

LPA; Het Processus Anconeus is een botpunt van de ellepijp dat zich aan de bovenkant van het ellebooggewricht bevindt.  Tijdens de groeifase hoort het Processus Anconeus vast te groeien aan de ellepijp. Wanneer dat niet gebeurt, spreekt men van een LPA, een Los Processus Coronoideus. Ook een LPA dient zo snel mogelijk verwijderd worden om artrosevorming te voorkomen.

OCD; Osteochondrosis Dissecans is een beschadiging van het kraakbeen. Zeker wanneer een stuk kraakbeen los komt te liggen kan dit flink pijnlijk zijn voor de hond. Ook een OCD dient op korte termijn verwijderd te worden om artrosevorming tegen te gaan. De verwijdering d.m.v. artroscopie verdient de voorkeur.




ED foto's van Gioya Blsoke Van't Dreske Kwinne.

Wat is de oorzaak van elleboogdysplasie?
Elleboogdysplasie is een multifactoriele aandoening wat wil zeggen dat er meerdere oorzaken zijn.
Over de oorzaken van OCD, LPC, LPA en incongruentie wordt veel gediscussieerd en veel geschreven.
Erfelijkheid speelt een grote rol, maar ook trauma, voeding en stofwisseling zijn belangrijke factoren binnen elleboogdysplasie. De mate van overerving is polygenetisch, dat betekent dat er meerdere genen betrokken zijn bij de ontwikkeling van elleboogdysplasie. Dat maakt het uitselecteren via de fokkerij ook zo lastig. Daarnaast is overbelasting t.g.v. overmatige en foutieve beweging een belangrijke oorzaak evenals overgewicht en foutieve voeding.. Bij foutieve voeding wordt bedoeld voeding met een te hoog of te laag calcium percentage, 0,8 tot 1,0% is correct

Oorzaak

Officiele ED-foto's
Bij de fokkerij van rashonden is het belangrijk om zoveel mogelijk te fokken met honden die elleboogdysplasie-vrij zijn. Daarom wordt er veel gebruik gemaakt van "Officiële ED-foto's". Dit zijn röntgenfoto's die in een aantal standaardrichtingen worden gemaakt en beoordeeld door de Raad van Beheer. Hierbij zijn de volgende uitslagen mogelijk:
•Vrij
•Grensgeval
•Graad 1
•Graad 2
•Graad 3

Elleboogdysplasie (ED) is een ontwikkelingsstoornis van met name het kraakbeen in de gewrichten. Het kan erfelijk zijn, maar omgevingsfactoren dragen vaak ook bij aan het ontstaan van deze aandoening. Sommige honden kunnen op jonge leeftijd al ernstige problemen ondervinden door ED. Bij andere honden leiden ernstige misvormingen in het gewricht pas op latere leeftijd tot kreupelheid. Om echt te kunnen zien of je hond ED heeft, zijn (digitale) röntgenfoto’s van zijn gewrichten nodig. Het ED-onderzoek richt zich op vier verschillende aandoeningen van het ellebooggewricht. Al deze aandoeningen kunnen leiden tot misvormingen in het gewricht en kreupelheid. Het aantal te maken röntgenfoto’s verschilt per ras. Dat komt omdat de basis van het ontstaan van ED per ras verschilt.

Preventie

Indien u een geringe kans wil lopen dat uw hond klachten krijgt van elleboogdysplasie is het verstandig om een pup te kiezen, geboren uit ouders die gecontroleerd én vrij zijn bevonden op elleboogdysplasie. Daarnaast is gedoseerde beweging van zeer groot belang. Zo is dagelijks dezelfde beweging beter dan één dag per week veel lopen en de andere dagen heel weinig. Ook de duur van de wandeling moet aangepast worden aan de leeftijd van de hond. Ook voeding is van groot belang. Bij de voeding moeten we de calcium-fosfor verhouding en de absolute hoeveelheid calcium, goed in de gaten houden. Daarnaast moet er op gelet worden dat er niet teveel voeding wordt gegeven zodat uw hond te zwaar wordt. Het is belangrijk om de mate van beweging en de voeding met een deskundige, de fokker van uw hond  te bespreken.

 

Von Willebrands Disease


Von Willebrands Disease (VWD) is een erfelijke bloedstollingziekte en de diagnose wordt gesteld aan de hand van de verschijnselen en bloedonderzoek. Dit onderzoek / test is niet verplicht bij onze verening maar wij hebben Blossom, Gioya en Jaycee wel laten testen. Alle drie de dames zijn vrij en kunnen zonder problemen voor de fok ingezet worden.

Bloedstolling is een ingewikkeld proces waarbij vele factoren moeten samenwerken om een beschadigde vaatwand te dichten. Eén van die stollingsfactoren is de Von Willebrand Factor (vWf), die in dat proces een lijmfunctie vervult om verschillende andere stollingsfactoren aan elkaar en aan de vaatwand te hechten. Samen vormen ze een soort net om het gat te dichten en de bloeding te stoppen. Daarnaast fungeert vWf ook als stabilisator en vervoerder van een ander stollingseiwit (factor VIII). 

Bij VWD wordt door het lichaam minder of een slechtere kwaliteit von Willebrands Factor aangemaakt. VWD kent verschillende typen en subtypen waarbij de mate van ernst kan variëren van nauwelijks merkbaar, tot ernstige bloedingen met dodelijke afloop: 

Type I verlaagde aanmaak van vWf: de meest milde vorm en komt het vaakst voor. De bloedingstijd is normaal of iets langer dan normaal. Komt o.a. voor bij de Dobermann, Berner Sennenhond, Drentsche Patrijs, Poedel en de Stabijhoun.

Type II afwijkende structuur van vWf: is vaak ernstiger dan type I. Hierbij kunnen ook bloedingen in gewrichten, spieren en zacht weefsel optreden. Wordt gezien bij de Duitse Draadhaar en Duitse Staander.

Type III afwezigheid van vWf: kenmerkt zich door spontane en heftige bloedingen in gewrichten en spieren en bij trauma. Deze vorm zien we bij de Schotse Terriër, de Sheltie en het Kooikerhondje.

VWD type I is een aandoening die volledig verborgen kan blijven. Een genetisch lijder produceert wel von Willebrands Factor, maar slechts 10% tot 20% van wat een genetisch vrije hond aanmaakt. Onder normale omstandigheden is dat voldoende om kleinere verwondingen en operaties zonder problemen door te komen, maar onder bepaalde omstandigheden kan de productie van vWf zó laag worden, dat er een stollingsprobleem optreedt waaraan een hond in het uiterste geval kan komen te overlijden. Maar in de meeste gevallen merk je er niets van of is het verschil zo klein dat het niet opvalt. 

Mogelijke combinaties:
Vrij X vrij = 100% vrije pups De meest ideale combinatie – nakomelingen zullen geen mutante VWD genen dragen  

Vrij X drager = 50% dragers en 50% vrij Een veilige combinatie  

Vrij X lijder = 100% dragers Een veilige combinatie 

Drager X drager = 25% vrij, 50% drager en 25% lijder Een acceptabele combinatie 

Drager X lijder = 50% dragers en 50% lijder Een risicocombinatie, indien mogelijk vermijden 

Lijder X lijder = 100% lijders Een risicocombinatie, zou vermeden moeten worden

Gelukkig is VWD Type I geen direct levensbedreigende aandoening. Een verder gezonde hond zal naar alle waarschijnlijkheid zonder problemen oud kunnen worden.

Vererving VWD type I vererft autosomaal recessief, wat inhoudt dat het probleem bij zowel reu als teef kan voorkomen en dat een hond 2 defecte VWD-genen nodig heeft om klachten te kunnen ontwikkelen. Hij moet dus van iedere ouder één defect gen erven.  

• Lijders hebben 2 defecte genen en lopen risico, zij geven altijd een defect gen door aan hun nakomelingen
• Dragers hebben 1 defect en 1 gezond gen en lopen nagenoeg geen risico, zij geven het defecte gen aan gemiddeld de helft van hun nakomelingen door
• Vrije honden hebben 2 gezonde genen, zij geven alleen gezonde VWD-genen aan hun nakomelingen door



 

PRA

Progressieve Retina-Atrofie. is een oogziekte die gelukkig niet zo vaak meer voor komt bij de Drentsche Patrijshond. Dit is wel een verplichte test binnen onze vereniging om te mogen fokken.
Wat is PRA? Het is een erfelijke oogziekte die voorkomt onder alle honden rassen. Het is een oogziekte, die vaak op latere leeftijd blindheid veroorzaakt en genetisch kan worden door gegeven aan de nakomelingen. Het verloopt voor alle rassen op dezelfde manier. Het begint bij nachtblindheid en later gaat het over naar gehele blindheid. Vaak is er ook een verandering aan de ooglens te constateren, deze wordt troebel en ondoorzichtig en uiteindelijk resulteert het in cataract ( staar).

Op de fokdagen kunt u uw hond laten testen tegen een vriendelijke prijs op PRA. Uw hond wordt gedruppeld waarna de test wordt afgenomen.
Wij bevelen dit erg aan omdat het belangrijk is voor het ras om in kaart te brengen of het nog aanwezig is in ons ras.